De werking van spieren uitgelegd

0
246

Om serieus bezig te zijn met body building, is het goed om het een en ander te weten over de spieren die zich in je lichaam bevinden.

In dit artikel zal ik de werking van de spieren uitleggen, hiernaast zal ik uitleggen dat spieren eigenlijk uit twee type vezels bestaan met ieder hun unieke eigenschappen.

Hoe zijn spieren opgebouwd

Spieren bestaan uit vezels, welke eigenlijke cilindervormige cellen zijn van ongeveer 50-100 nanometer (nanometer is één miljardste meter) als diameter en enkele centimeters lang. De sterkte van een afzonderlijke vezel neemt toe naar mate de diameter groter wordt. Ze zijn gerangschikt in parallelle bundels langs de lengte van de spier.

Mensen hebben evenveel vezels in een bepaalde spier en dit aantal valt niet te veranderen door training, waardoor het dus de diameter van de spiervezels is die hun kracht bepaalt.

Ook interessant: Waarom sommige mensen veel kunnen eten en toch dun blijven

Spieren trekken samen wanneer er een elektrische impuls wordt ontvangen van een zenuwcel. Deze cel wordt ook wel een motor neuron genoemd en zit vast aan de spiervezel. De korte samentrekking en de ontspanning die erop volgt, noemen we een zenuwtrekking en duurt ongeveer 10-100 milliseconden.

Een enkele motor neuron en de vezels die er door worden gestimuleerd staan bekend als een zogenaamde motor eenheid. Één motor neuron kan tot wel 2-2,000 spiervezels besturen.

Voor een sterkere samentrekking moet er een andere impuls worden ontvangen van de aangehechte zenuwcel voordat de eerste stuiptrekking verdwijnt. Om de stuiptrekking vervolgens aan te laten houden is een serie van snelle impulsen noodzakelijk.

Als reactie op een gelijkmatige stroom van elektrische impulsen zal de spiervezel constant zowel samentrekken als ontspannen. Een typische spier heeft enkele honderden spiervezels, elk met hun eigen zenuwcel.

Twee verschillende soorten spiervezels

De meeste spieren bevatten een combinatie van twee soorten vezels:

Langzame zenuwtrekking (Type I). Bij dit type reageren de vezels langzamer en produceren zij zwakkere samentrekkingen. Dit gebeurt wel over een langere periode. Daarnaast hebben zij een hoge aerobe capaciteit, omdat ze door meer haarvaten omringd worden.

Snelle zenuwtrekking (Type II). Bij dit type reageren de spiervezels sneller en zijn de samentrekkingen heviger. De periode waarover deze samentrekkingen plaatsvinden is relatief kort. De vezels hebben bij dit type een hoge anaerobe capaciteit en zijn langer dan bij type I, waardoor ze in staat zijn sterkere samentrekkingen te produceren.

Het nadeel is dat ze over het algemeen sneller uitgeput raken. Dit type vezels wordt vooral gebruikt om explosies van intense inspanning te produceren. Hierdoor komen ze vooral aan bod bij intense anaerobische activiteiten, terwijl de vezels van type I vooral gebruikt worden bij het uithoudingsvermogen en aerobische activiteiten.

Verhouding type I en type II ligt vast

De gemiddelde persoon heeft ongeveer evenveel vezels van beide typen. Echter, sommige individuen hebben een hoger percentage van type I of een hoger percentage van type II.

Bekijk ook: Waarom sommige mensen veel kunnen eten en toch dun blijven

Professionele roeiers en langeafstandsrenners bijvoorbeeld hebben een hoger percentage (70-85%) langzame vezels die hen in staat stelt om te presteren met een goed uithoudingsvermogen.

Het is niet mogelijk het relatieve percentage van langzame of snelle vezels te veranderen door middel van trainen. Wat wel mogelijk is, is de efficiëntie en de sterkte van het type spier dat je hebt te maximaliseren.

Mensen met een hoger percentage van snelle vezels zijn over het algemeen beter bij een sport als sprinten of gewichtheffen, omdat daarbij korte, explosieve energie is vereist.

 

DELEN
In het dagelijks leven werk ik als persoonlijk fitnesscoach. Met mijn werk kan ik maar een beperkt aantal mensen bereiken, dankzij deze website hoop ik meer mensen goede informatie te geven over hoe ze een beter, mooier en gezonder lichaam kunnen krijgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER